‘Oversteekplaats bij de rivier’

De geschiedenis van Moordrecht is getekend door zijn ligging tussen de Hollandsche IJssel en het veen in de polder. Tot diep in de 20ste eeuw bepaalden de industrie en nijverheid bij de IJsseloever en de turfstekers en boeren (na de inpoldering van de Zuidplas) meer landinwaarts het ritme van het dorpsleven.

Betekenis van de plaatsnaam

Er zijn verschillende verhalen in omloop over de betekenis van de plaatsnaam Moordrecht. De meest voor de hand liggende verklaring is toch dat ‘moor’ of ‘moer’ slaat op het veen (moeras) in de streken rond het dorp waar de turf vandaan kwam. Het woord ‘drecht’ betekent ‘veer’ of ‘oversteekplaats bij de rivier’.

Het wapen van Moordrecht

Het wapen van de gemeente Moordrecht heeft een veld van keel (rood), beladen met een achtpuntige ster van zilver. Het schild is gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels. Op 24 juni 1816 kende de Hoge Raad van Adel het wapen officieel toe aan de gemeente.

Moordrecht - Wapen van Moordrecht
Het wapen van Moordrecht.

Geschiedenis in vogelvlucht:

Moordrecht werd voor het eerst genoemd in een document gedateerd op 13 april 1248. Hierin stond dat de Rooms-koning Graaf Willem II (1227-1256) tolvrijdom verleende aan een klooster te Utrecht  voor de aanvoer van goederen van bezittingen in Holland langs de rivieren IJssel en Lek. In een akte van 3 oktober 1258 bevestigde Ruwaardes Aleid dat het daarbij ging om de tol van Ammers en Mordreth.

In documenten uit de jaren ’80 van de 13e eeuw duikt de naam ‘Troveis van Mordrecht’ (Traveys van Moordrecht) enkele keren op, onder meer als borg bij een verzoening van Graaf Floris V.

Het zegel van Traveys (Troveis) van Moordrecht.
Het zegel van Traveys (Troveis) van Moordrecht.

Van Gouwe tot Kralingen

Latere documenten vermeldden o.a. Jan van Moordrecht (1296) en de ridders Jacob en Hendrick van Moordrecht en de jonkvrouwen Liesbet en Bertha. De laatste vier kwamen uit Kralingen. Het grondgebied van de ambachtsheerlijkheid van Moordrecht strekte zich in die tijd uit van de Gouwe tot aan Kralingen. Capelle en Nieuwerkerk aan den IJssel behoorden toen bij Moordrecht.

Omstreeks 1350 viel het gebied in drie afzonderlijke ambachten uiteen. Het innen van de grafelijkheidstol in de IJssel was toen al verplaatst van Moordrecht naar Gouda.

Aan het einde van de middeleeuwen was de bevolking verdeeld in Hoeken en Kabeljauwen. Op zoek naar voedsel dat per schip werd vervoerd, belandden de Hoeken vanuit Rotterdam in Moordrecht.

In 1490 vond in de Moordrechtse venen een bloedige veldslag plaats tussen de Hoeken en Kabeljauwen. Op de plaats waar later de ‘snelle sluis’ kwam en nu het ‘Abraham Kroesgemaal’ staat, sneuvelden en verdronken ca. 550 soldaten. De Kabeljauwen zouden voornamelijk Oosterijkse huurlingen zijn geweest.

In deze eeuw worden in belastingdocumenten voor het eerst steenfabrieken genoemd. Het dorp telde in die tijd ca. 200 inwoners.

Aan het begin van de 80-jarige oorlog vonden in het jaar 1574 schermutselingen plaats tussen Watergeuzen en Spanjaarden, ook in Moordecht. De kerk brandde af, maar de toren bleef behouden en is nog steeds het middelpunt van het dorp.

De afgebrande kerk werd in 1657 herbouwd. Het dorp bloeide op door de touwslagerijen, steenfabrieken, wolkammerijen, linnenblekerijen, de korenmolen en korenwasserijen. Er waren ook veel veenderijen, waar turf werd gewonnen, en enkele scheepswerven. Daarnaast kwamen er steeds meer ambachtslieden en winkeltjes. Het dorp telde in die tijd ca. 1650 inwoners.

Historie van Moordrecht - Hervormde Kerk - Atlas Andries Schoemaker
In de 17e eeuw werd de Hervormde Kerk herbouwd (Atlas Andries Schoemaker ca. 1700).

In de 18e eeuw werd steeds intensiever turf gestoken en later gebaggerd. Hierdoor ontstond de ‘Zuidplas’. Vroeger woonden de meeste inwoners in het Veen, aan de Tiendeweg en de Veenweg. Er waren daar zelfs een aparte school, een herberg en een korenmolen. In de loop van de 18e eeuw werden daar steeds meer huisjes afgebroken, terwijl er in de dorpskern aan de IJsseloever juist veel nieuwe huizen werden gebouwd. Aan het einde van de eeuw bedroeg het aantal inwoners ca. 1500.

Historie van Moordrecht - Gezicht op Moordrecht - Atlas Andries Schoemaker ca. 1700.
Moordrecht ca. 1700. Het dorp telde toen ca. 1650 inwoners (Atlas Andries Schoemaker).

Omdat de Zuidplas steeds dieper en gevaarlijker werd, werd besloten om deze droog te maken. Daarmee werd in 1825 een begin gemaakt. Rond de plas kwamen 30 molens om de plas droog te malen; 9 in Waddinxveen en 21 tussen Moordrecht en Kortenoord. De eerste molen begon te malen in 1836. Vijf jaar later kwam de polder droog. Stoomgemalen maakten 40  jaar later de molens overbodig. De vruchtbare grond van de Zuidplaspolder werd in gebruik genomen voor veeteelt en er werden steeds meer boerderijen gebouwd. In 1851 werd de Gemeentewet ingevoerd. Voorheen bestuurde de Ambachtsheerlijkheid het dorp. Nu  kreeg Moordrecht een gemeenteraad en college met burgemeester en wethouders. De bevolking groeide van ruim 1500 inwoners in 1800 naar ruim 2100 zielen in 1900.

Drost IJserman: erfenis ten goede aan zorg

In 1869 lieten mevrouw en meneer Drost IJserman per testament vastleggen dat hun vermogen en bezittingen na hun overlijden ten goede moesten komen aan de zorg voor wezen van alle gezindten in Moordrecht. Tot 1871 exploiteerde zij een steenbakkerij. Later werden bij Koninklijk besluit aan de statuten toegevoegd dat de inkomsten uit het vermogen en de bezittingen ook ten goede mochten komen aan ouderen en kinderen met een verstandelijke beperking.

Meester Lalleman: strijd tegen kinderarbeid

In 1855 kaartte de onderwijzer Gerrit Lalleman (1820-1901) de grootschalige kinderarbeid in Moordrecht aan in de steenfabrieken en de touwslagerijen. Hierover schreef hij het ‘artikel Slavernij in Nederland’, dat in het tijdschrift The Economist werd gepubliceerd. In 1873 werd een initiatiefwet voor afschaffing van kinderarbeid in het parlement aangenomen. Lalleman vond die echter te mager, omdat hierin niet alle kinderarbeid werd verboden. Pas in 1900 werd de Leerplichtwet ingevoerd, die een einde maakte aan de kinderarbeid van kinderen onder de 12 jaar.

Historie van Moordrecht - Schieland en Zuidplaspolder.
In het begin van de 19e eeuw was het gebied tussen Moordrecht, Nieuwerkerk en Zevenhuizen bezaaid met plassen.
Historie van Moordrecht - rusthuis-verzorgingshuis Drost IJserman
De Stichting Drost IJserman bekostigde o.a. het rusthuis, dat tot 1975 was gevestigd in het voormalige weeshuis aan het Westeinde.
Historie van Moordrecht - meester Lalleman gaf aanzet tot afschaffing van kinderarbeid in Nederland.
Met zijn artikel in The Economist gaf 'meester' Gerrit Lalleman de aanzet tot een initiatiefwet voor afschaffing van kinderarbeid.

In 1903 werd de laatste steenbakkerij van De Lange gesloten. Zestien jaar later, in 1919, vestigde de firma Stevens de Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken in Moordrecht, waar ze twee fabrieken bestierden. Haar bloeiperiode beleefde de KVT in de jaren ’50 en ’60. Het bedrijf speelde een belangrijke rol in het Moordrechtse leven. Na enkele malen te zijn doorverkocht, ging de KVT in 1995 failliet.

Tweede Wereldoorlog: honger

In de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) bouwden de Duitsers een stelling voor pantserafweergeschut aan de Vijfde Tochtweg te Moordrecht als onderdeel van de Vordere Wasserstellung, een verdedigingslinie van de Duitsers. De stelling was voor de aanleg van een weg enkele meters verplaatst. De spoorlijnen die door de gemeente liepen, werden verschillende malen beschoten. Hierbij kwamen minstens 8 bewoners om het leven. Aan het einde van de oorlog werd er zwaar honger geleden in het dorp. Een comité van dominees en pastoors zorgde voor enige verlichting van de hongersnood.

Ambonwijk

In 1961 werd de ‘Ambonwijk’ in Moordrecht gebouwd (140 woningen). Na een succesvolle onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië met Nederland in 1949 was er geen plaats meer voor de Molukse militairen, die hadden gestreden voor Nederland. Zij werden in eerste instantie in 1951 tijdelijk naar Nederland gehaald en ondergebracht in kampen. Omdat de Molukkers niet terug bleken te kunnen keren, maakten de tijdelijke kampen plaats voor permanente woonwijken.

Aan het einde van de 20ste eeuw telde Moordrecht ca. 8000 inwoners.

Historie van Moordrecht: KVT-weverij in Moordrecht in 1948 (foto Wiel van der Randen)
KVT-weverij in 1948.
Historie van Moordrecht: geschutsstelling Tweede Wereldoorlog bij Vijfde Tochtweg (foto RAAP).
Recent opgegraven geschutsstelling bij de Vijfde Tochtweg.
Historie van Moordrecht: De 'Ambonwijk' werd in 1961 gebouwd (foto: O. Tatipikalawan-MHM-coll. IWM).
De Ambonwijk werd in 1961 gebouwd.

In 2006 koos 93% van de bevolking van het dorp voor samenvoeging met Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen-Moerkapelle boven samenvoeging met Gouda. In 2010 werd Moordrecht zodoende onderdeel van de gemeente Zuidplas.