Molukse wijk bestaat 60 jaar

Moerdregt staat uitgebreid stil bij mijlpaal

Het juninummer van Moerdregt staat uitgebreid stil bij de Molukse wijk in Moordrecht, die in 2021 60 jaar bestaat. Het artikel beschrijft de veelbewogen voorgeschiedenis van de wijk en de ontwikkelingen voordat de eerste gezinnen er in 1961 arriveerden. Verder leest u in het magazine van de Historische Vereniging Moordrecht over de ‘koninklijke’ babysokjes van Sjaan Verwoerd, de voedseluitdeling door het Noodcomitë Moordrecht, het leven van Ada en Bill Murphy en de loopbaan van K.V.T.-bedrijfsleider Marinus Bongers.

140 Molukse gezinnen komen naar Moordrecht

De Molukse wijk bestaat in 2021 op de kop af 60 jaar. Moerdregt-redacteuren Henk van Kerkhof en Jaap Waasdorp doken in de geschiedenis van deze mijlpaal en doen in Moerdregt verslag van hun bevindingen.

De wijk werd in 1961 bevolkt door 140 gezinnen uit de Molukken, een eilandengroep in het huidige Indonesië, onder wie velen van het eiland Ambon. De gezinnen waren in de jaren ’50 noodgewongen (voor tijdelijk) gerepatrieerd uit hun thuisland. Veel Molukkers hadden namelijk als militairen in het KNIL-leger meegevochten tegen de Indonesische nationalisten.

In Nederland werden ze gehuisvest in barakken, later in speciale Molukkenwijken, zoals in Moordrecht. Slechts weinigen keerden terug naar hun thuisland. Het artikel van Henk van Kerkhof en Jaap Waasdorp gaat uitgebreid in op de geschiedenis van de repatriëring en de ontwikkeling van de wijk.

De middenplaat van Moerdregt toont een foto van het kunstwerk ‘…Oleh sioh, sajang la di lale…’ in de Molukse wijk, gewijd aan de eerste generatie Molukkers in Nederland. Op de achtergrond: de fotowand met de eerste wijkbewoners in de Koningin Julianastraat.

In het volgende nummer van Moerdregt wordt ingegaan op de verdere ontwikkelingen in de wijk na 1961 en de relatie met de Moordrechtse gemeenschap.  

Moluks gezin onderweg naar Nederland in 1951.
De Molukse wijk in aanbouw circa 1960.

In 2005-2008 verschenen eerder levensverhalen in Moerdregt van de hand van Joke Verdoold over Molukse Moordrechtenaren, te weten: Arie Manusama (1931-2017), Mina Manuhutu-Samusama (1912-2010), Pede Tumansery (1922-2005), Theo Haurissa ( 1928-2012), Niek de Fretes (1926-2013) en Nel Lahallo (1925-2012).

Koninklijke babysokjes van tante Sjaan

In haar woning aan de Kerklaan breide (tante) Sjaan Verwoerd (1882-1968) tientallen babysokjes voor pasgeboren in Moordrecht, maar ook voor koninklijke babyvoetje over de hele wereld. Sjaan Verwoerd was getrouwd met seinwachter Christiaan Verwoerd. Met haar voeten op de stoof breide ze aan de lopende band sokjes. Vele gingen de wereld over als geschenk voor een pasgeboren prinsje of prinsesje.

Ontvangers waren o.a. koningin Juliana, koningin Elisabeth van Groot-Brittannië, koning Constantijn van Griekenland, Fara Pahlavi, de vrouw van de shah van Perzë. En ook Jackie Kennedy werd in 1963 verblijd met een lief pakketje uit Moordrecht. Sjaans cadeautjes werden steevast beloond met een fraai bedankbriefje. Een selectie daarvan is vanaf het najaar 2021 te zien in de oudheidkamer aan het Westeinde 1 in Moordrecht.

Sjaan Verwoerd breit voor de groten der aarde.

Noodcomité Moordrecht deelt voedsel uit

In het laatste oorlogsjaar was aan alles gebrek: voedsel, brandstof en ziekenzorg. Om in die nood te voorzien werd op 2 januari 1945 het Noodcomité Moordrecht opgericht. Het comité zag er op toe dat de voedselverstrekking in het dorp op gang kwam. De keuken van het toenmalige Weeshuis aan het Westeinde werd hiertoe omgetoverd in een gaarkeuken. In het Posthuis aan de Dorpsstraat konden Moordrechtenaren drie keer per week een ‘warme prak’ afhalen. Aan de hand van het later uitgegeven boekje ‘Een lichtpunt in een donkeren tijd’ schreef Jaap Waasdorp een artikel over het werk van het noodcomité.

De volle melkbussen worden voorgereden bij het Posthuis.

Ada en Bill Murphy

De bevrijding in 1945 hebben we voor een belangrijk deel te danken aan Canadese troepen. Na de oorlog keerden de meeste militairen terug naar huis. Enkelen bleven echter ‘plakken’. Zo ook de toen 31-jarige luitenant Bill Murphy. In Moordrecht was hij verliefd geworden op Ada van Westendorp, de dochter van de huisarts.

Al snel na hun eerste ontmoeting was het stel verloofd en getrouwd. In Moordrecht vond Bill zijn draai als tandtechniker en later in dienst van de Holland-Amerikalijn. Ada’s en Bills zoon Peter maakte naam als topvolleybaltrainer. In Moerdregt het levensverhaal van Bill in zijn tweede vaderland.

Het gezin Murphy op het Moordrechtse ijs. In het midden zoon Peter.

Wie was wie op de foto?

In de vorige Moerdregt stond een oude groepsfoto van K.V.T.-medewerkers, met daarbij de vraag: wie weet wie er op de foto staan? Veel lezers wisten daarop het antwoord. Hun reacties leest u in het artikel hierover. Het verhaal besluit met een nieuwe oude K.V.T.-foto. En ook nu is de vraag: wie is wie…?

K.V.T.-bedrijfsleider Marinus Bongers

Moerdregt sluit af met een artikel van Ab Bongers over zijn vader Marinus (1897-1981), die jarenlang werkzaam was als bedrijfsleider bij de K.V.T. Marinus Bongers maakte een groot deel van ontwikkeling van de tapijfabriek van binnenuit mee, vanaf de verhuizing vanuit Rotterdam tot aan zijn pensioen in 1963, na 44 jaar trouwe dienst. Voor zijn trouw aan het bedrijf werd hij 1959 koninklijke onderscheiden. Het bezoek van koningin Julinia aan de fabriek in 1952 was het hoogtepunt in zijn carrière.

Marinus Bongers houdt een toespraak bij zijn afscheid in 1963.

Wilt u voortaan geen verhaal meer missen? Word dan snel lid van de Historische Verenging Moordrecht. U ontvangt het magazine dan voortaan automatisch drie keer per jaar gratis in de bus.

> IK WORD LID